Dit is een oude revisie van het document!
De Regenten van het Burgerweeshuis
Bestuurlijke rol
Het Burgerweeshuis werd dagelijks bestuurd door regenten. Wettelijk waren de burgemeesters oppervoogden van alle weeskinderen (J.C. Breen, 1934), over wie in de praktijk de Weesmeesters gingen (M. Hell, 2004).
Motivatie Weesmeesters
“De regenten en regentessen die een onbetaalde functie bij één van de sociale instellingen vervulden, deden dat niet alleen uit filantropie. Het gaf rijke burgers een kans om ervaring op te doen in bestuurszaken en gold als blijk van goede werken. Een aanstelling als regent bij het Burgerweeshuis betekende in veel gevallen een opstap naar een loopbaan op het stadhuis. Voor ambitieuze katholieken was het de enige kans een openbaar ambt uit te oefenen: zij konden tijdens de Republiek alleen nog bestuursfuncties krijgen in het Sint-Pietersgasthuis - ook wel Binnengasthuis genoemd - en het Aalmoezeniershuis. Het maatschappelijke aanzien dat een bestuursfunctie bij een liefdadigheidsinstelling opleverde, kwam tot uiting in de schilderijen die de regenten lieten maken en in hun bestuurskamers ophingen. Hierin verwerkten de kunstenaars vaak Bijbelse of allegorische voorstellingen die iets vertelden over de instelling (M. Hell, 2004).”